Economie

De ChristenUnie zet zich in voor meer ruimte, minder regels en meer kansen voor ondernemers, vooral in het midden- en kleinbedrijf (MKB). Tegelijk gaat de ChristenUnie ook voor een duurzame economie. De eeuwige drang naar meer heeft ons uiteindelijk minder gebracht. We moeten van consumeren naar consuminderen, van ‘meer’ naar ‘genoeg’, van kwantiteit naar kwaliteit. Dat is onze opdracht als rentmeesters van Gods schepping.

Vanuit onze christelijke levensovertuiging is daarbij de zondag de aangewezen dag voor een rustmoment in de 24 uurssamenleving. De ChristenUnie zet zich daarom in voor het zoveel mogelijk beperken van het aantal koopzondagen, ook in Midden-Groningen. Als gemeentelijke overheid kunnen we de inzet van eigen personeel op zondag zoveel mogelijk proberen te voorkomen.

Midden-Groningen is onderscheidend qua maakindustrie. Als gevolg van de digitalisering, robotisering en automatisering verandert de maakindustrie snel. De gevolgen voor werkenden zijn daarbij ongelijk verdeeld, hoogopgeleiden profiteren, terwijl laagopgeleiden juist minder werk kunnen vinden. Het onderwijs, maar ook de bestaande werknemers, moeten daar op inspelen door bijvoorbeeld te kiezen voor vroegtijdige bij- of omscholing. Daarnaast zal de gemeente actief moeten inzetten op het aantrekken van kansrijke werkgelegenheid en faciliteren van nieuwe bedrijfsinitiatieven daartoe.

3.1 Economisch beleid

De gemeente heeft de taak de lokale en regionale werkgelegenheid te bevorderen, door ervoor te zorgen dat Midden-Groningen een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven is. Om bestaande bedrijven te behouden en nieuwe bedrijven aan te trekken, is het belangrijk om te weten wat er bij  de bedrijven speelt en wat hun wensen zijn.

Ook kan de gemeente helpen te verwijzen en te verbinden, samen met andere regionale partners, bij innovatievragen en vragen over menselijk vermogen bij het eigen bedrijfsleven. Het stimuleren van werkgelegenheid en alle trajecten die werkzoekenden helpen om werk te vinden, dragen bij aan structuur in het leven en een zinvolle invulling van tijd.

Aantrekken van nieuwe bedrijven is hiervoor belangrijk. Dat vraagt ook om een zorgvuldige zoektocht naar vestigingslocaties. Op de as A7/N33 zijn daar wellicht mogelijkheden voor.

3.2 Landbouw en landschap

De ChristenUnie heeft hart voor boeren en tuinders. Het zijn hardwerkende ondernemers die zorgen voor de productie van gezond en goed voedsel. Het gaat hierbij om sectoren die naar hun aard een nauwe relatie met de schepping hebben. De ChristenUnie biedt ruimte aan boeren en zet daarbij in op een sterke, duurzame en innovatieve land- en tuinbouw. Door ruimte te scheppen als het gaat om ruimtelijke ordening en de toepassing van milieuwetgeving maar ook door het stimuleren van de samenwerking tussen onderwijs en de landbouwbranche.

De ChristenUnie zet zich in voor het behoud van de kwaliteit en diversiteit van het landschap. De agrarische sector geeft vorm aan het landschap en het beheer daarvan. Het is belangrijk de boeren in te schakelen bij het beheer, bijvoorbeeld in ‘t Roegwold.

De glastuinbouw is in Nederland een belangrijke agrarische bedrijfstak. Zowel op het gebied van groente en fruit als van bloemen en planten. De innovatiekracht in deze sector ligt op een zeer hoog niveau.

Concreet:

  • De ChristenUnie vindt het belangrijk dat er vanuit de gemeente vooral aandacht is voor een aantal sectoren die speerpunten zijn van onze lokale economie:

- de maritieme sector,

- de maakindustrie,

- detailhandel en vrijetijdseconomie,

- de agrarische sector.

  • De gemeente kan regie voeren op de vraag wat de technische sectoren nodig hebben om zich te blijven ontwikkelen en vernieuwen en wat overheid, kennis- en onderwijsinstellingen en andere regionale partners daaraan kunnen bijdragen.
  • De maakindustrie biedt veel werkgelegenheid voor praktisch opgeleide mensen. Door technologische ontwikkelingen zoals robotisering verandert de vraag naar arbeid echter snel. Vooral in het middensegment verdwijnen banen. De uitdaging is om deze verandering goed op te vangen en als overheden te faciliteren, samen met kennisinstellingen.
  • De gemeente is een grote opdrachtgevende partij voor het bedrijfsleven. In het aanbestedingsbeleid moet binnen de wettelijke mogelijkheden ingezet worden op het daarbij betrekken van lokale bedrijven. Dit is goed voor de lokale werkgelegenheid. Een vast onderdeel moet het aspect ‘social return’ zijn. Naast prijs en duurzaamheid is ook dit aspect een belangrijk gunningscriterium.
  • De gemeente moet het bedrijfsleven stimuleren om zich samen met het (beroeps)onderwijs in te zetten voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt op zowel de korte als de middellange termijn en daarbij zelf ook het goede voorbeeld geven.
  • Daarbij is extra aandacht voor de kwetsbaarste groep leerlingen (praktijkonderwijs en basisberoepsgerichte leerweg) blijvend nodig.
  • De ChristenUnie wil dat ingezet wordt op het aantrekken van toekomstgerichte en kansrijke werkgelegenheid. Hierbij moet goed regionaal worden samengewerkt. De ChristenUnie vindt dat de gemeente innovatie en nieuwe werkgelegenheid moet stimuleren en faciliteren door vanuit haar contacten met het bedrijfsleven (industrie, agro sector, dienstverlening, startende en jonge ondernemers) bij te dragen aan het leggen van verbindingen tussen bedrijfsleven, onderwijs en kennisinstellingen (veelal in Groningen). De gemeente kan daarvoor meebouwen aan een netwerkorganisatie. Wat ook heel erg kan helpen is om als gemeente te faciliteren bij initiatieven om te komen tot werkplekken voor startups, ruimte voor vergaderingen en ontmoeting daartoe. Daarbij kan voor deze en andere nieuwe initiatieven gekeken worden naar nieuwe Europese gelden en andere subsidiebronnen.
  • Er zijn meerdere voorbeelden waarin onze gemeente kan samenwerken met kennisinstellingen in de stad Groningen. Op gebied van Informatie en Communicatie Technologie, door aansluiting te zoeken met Groningen Digital City; op gebied van engineering voor de technische sector met het Instituut voor engineering, voor agro en biobased kennis met AOC Terra en Wageningse instituten.
  • Zulke regionale inzet moet een gericht zijn op kansrijke branches binnen de industrie (inclusief doelen voor duurzame en circulaire productie), de recreatiebranche, energietransitie in brede zin (inclusief mobiliteit), de creatieve branche of sector en het versterkingsprogramma. Ten aanzien van het versterkingsprogramma is de inzet om de hele keten van regionale bedrijven en partners op het gebied van werkgelegenheid (en toepassen van materialen) in te zetten.
  • Ook over de grens met Duitsland zijn er kansen. De Eems Dollard Regio helpt om elkaar over de grens te vinden en hindernissen die samenwerking in de weg staan, kleiner te maken. Ook liggen hier kansen om samen projecten te starten, ondersteund met subsidie vanuit Interreg.
  •  De economie is in toenemende mate een economie van midden- en kleinbedrijven, maar ook van eenmansbedrijven en zzp’ers . Dat zijn mensen die vanuit huis economische activiteiten ondernemen. Het is belangrijk dat de gemeente in haar ruimtelijke beleid, maar ook op andere beleidsvelden, hier rekening mee houdt en waar mogelijk ondersteunt.
  •  Inzet van het Regionaal Ondernemings Instituut voor hulp aan ondernemers wordt voortgezet en na evaluatie desgewenst uitgebreid. Criterium daarbij is de relatie tussen geldinzet en effectiviteit van het behoud van arbeidsplaatsen.
  •  Voor de ondernemers is er één (digitaal) loket waar men met alle (aan)vragen terecht kan. Daarbij is voldoende capaciteit beschikbaar om met het bedrijfsleven mee te denken en als aanspreekpunt te functioneren.
  •  De ChristenUnie zet zich in voor de samenwerking tussen ondernemers al of niet op een bedrijventerrein. Met het oog op beleidsvoorbereiding en het kennen van elkaars ontwikkelingen zijn bedrijvenverenigingen belangrijke gesprekspartners voor de gemeente.
  • De gemeente heeft geen initiërende rol bij het ontwikkelen van nieuwe energiebronnen. Wel een stimulerende rol. Zo stimuleert de gemeente met gericht beleid op vestiging/vervanging van windturbines met name landbouwbedrijven om een kleine windturbine te plaatsen. Omwonenden moeten kunnen delen in de opbrengst. Dit is voor het draagvlak een voorwaarde.
  • De ChristenUnie wil dat er op tijd wordt ingespeeld op krimpende detailhandel. Een check op aansluiting van de desbetreffende bestemmingsplannen op de huidige markt- en retail ontwikkelingen (waaronder webwinkels) moet daarvan een onderdeel zijn.
  • Daarbij past ook het stimuleren van wonen in leegstaande woningen boven winkels. Wanneer dat nodig is worden winkelbestemmingen gewijzigd in woonbestemmingen. Om een levensvatbare middenstand overeind te houden is de ChristenUnie tegen winkelcentra in het buitengebied (‘weidewinkels‘/ outlet-centra).
  • Landbouwbedrijven moeten ruimhartig de mogelijkheid krijgen nevenactiviteiten uit te voeren zoals landschapsonderhoud, toerisme en biovergisting, voor zover deze niet ten koste gaan van de kwaliteit van het buitengebied of op andere manieren strijdig zijn met belangen van omwonenden. Ook moeten landbouwondernemingen de ruimte krijgen voor het voeren van een moderne, duurzame bedrijfsvoering, die dan mede een bijdrage levert aan dierenwelzijn, energiebesparing, milieu (verminderde uitstoot) en landschap.
  • Binnen de glastuinbouw moet ruimte zijn voor innovatie, zoals opslag van ‚Ä®koude en warmte, recyclen van gietwater, nieuwe verlichtingsconcepten.
  • Voor de agrarische sector is het vanzelfsprekend dat de gemeente zich samen met andere overheden, zoals het waterschap, inzet voor beschikbaarheid van voldoende zoet water.
  • Door middel van duurzaamheidsleningen, waardoor particuliere huiseigenaren, verenigingen en stichtingen tegen gunstige voorwaarden kunnen lenen om te investeren in het energiezuiniger maken van gebouwen en woningen, wordt de lokale werkgelegenheid gestimuleerd én wordt geïnvesteerd in duurzaamheid.
  • De ChristenUnie zet zich in voor het zoveel mogelijk beperken van het aantal koopzondagen.

3.3 Wonen

Aangezien de woningmarkt al geruime tijd oververhit is, liggen er veel kansen. De prijzen van koopwoningen stijgen. De doorstroming binnen de koopsector en de huursector stagneert alweer geruime tijd. Ouderen blijven langer in hun woning, omdat er gebrek aan goede alternatieven is. Startende jongeren vinden moeilijk een betaalbare woning. Vanuit de stad Groningen is er ook een zekere migratiestroom op gang gekomen, dit vergroot de druk op de regionale woningmarkt.

Het is zaak om bij deze trend als gemeente krachtiger te anticiperen en met voldoende hoogwaardige en gevarieerde woonkwaliteit, met goede ontsluiting en openbaar vervoer, goede voorzieningen en unieke natuurkwaliteit, goed voor het voetlicht te komen.

De kwaliteit van de woningen in het plattelandsgedeelte van Midden-Groningen is relatief goed. In het meer stedelijke deel (Hoogezand en Sappemeer) van de gemeente is het percentage technisch kwetsbare woningen relatief hoog. Toch is het percentage kwetsbare woningen in de markt nog het meest gunstig. Dit laatste hangt ook samen met de meer stedelijke vraagtendens in de huidige markt. Daaruit valt af te leiden dat de stedelijke locatie van deze woningen zwaarder weegt dan de relatief matige technische kwaliteit van deze woningen.

Aangezien het beleid van de gemeente de vraagkant als vertrekpunt moet hebben, betekent dat een forse herstructurering van de woningvoorraad. Dit gaat in combinatie met de versterkingsopgave als gevolg van de aardbevingenproblematiek, het komend decennium (en misschien nog wel langer) het woonbeleid in de gemeente Midden-Groningen bepalen. Daarbij moet natuurlijk rekening worden gehouden met hoe de bevolkingsgroei- en samenstelling zich ontwikkelt. Bijvoorbeeld als het gaat om wonen, zorg en begeleid wonen.

In een gemeentelijke woonvisie zijn voor de huur- en koopsector (nieuwbouwmarkt en bestaande voorraad) de beschreven trends vertaald naar het lokale woningbeleid en worden de noodzakelijke maatregelen beschreven. Maar gezien de urgentie is meer actie en inzet vereist om de komende jaren meer balans te krijgen tussen vraag en aanbod. De visie wordt ook regionaal (Regio Groningen Assen en Regionaal woon- en leefbaarheidsplan Oost-Groningen) afgestemd.

Concreet:     

  • Belangrijk is dat wordt ingespeeld op de vraag vanuit de markt in combinatie met het onder de aandacht brengen van de sterke elementen van de woonomgeving van de gemeente Midden-Groningen (gebiedsmarketing). Meer dan voorheen dient ingespeeld te worden op een verschil in vraag (ouderen, starters, groeiers, 1-persoonshuishoudens). Daarbij is meer dan in het verleden kwaliteit (zowel stedenbouwkundig als technisch) van groot belang.

Dit alles in combinatie met een analyse van de toekomstige demografie, de marktvraag voor de nieuwe voorraad en bijbehorende transitieopgave van de bestaande voorraad. Aandachtspunt is wel dat er goede doorstroming in de woningmarkt mogelijk blijft. Daar waar wrijving is, bijvoorbeeld in de sociale en vrije huur, moet de gemeente stimulerend bezig zijn om tekorten bij dit soort woningen op te (laten) vangen. Een einddoel daarbij is dat het er ruimtelijk, kwalitatief en sociaal sterker uit komt te zien.

  • Dorpsverenigingen, wijkraden, woningcorporaties en huurdersverenigingen zijn betrokken bij de woonvisie.
  • We zetten in op de totstandkoming van een regionaal en landelijk herstructureringsfonds en de uitbouw van het provinciale transitiefonds particuliere woningeigenaren.
  • Tegelijk met de herstructurering van de woningvoorraad wordt gewerkt aan het versterkingsprogramma aardbevingen, inclusief omgevingsplan per dorp (zie eerder) en we zetten in op de subsidiemogelijkheden energietransitie, de leefbaarheidssporen en mogelijk extra krimp en leefbaarheidsbijdragen van het rijk. Tegelijk moet ook de ruimtelijke kwaliteit geborgd blijven en waar dit kan worden verbeterd. Er zijn daarbij goede ervaringen met de bestaande Welstandscommissie. Zo'n adviserende commissie willen wij blijven behouden.
  • De ChristenUnie vindt het belangrijk dat bij de herstructurering eerst lege plekken worden opgevuld (inbreidingslocaties) en de kwaliteit van bestaande woningen wordt verbeterd. Belangrijk is dat bij dergelijke herstructureringen nauw wordt samengewerkt met private partijen waaronder bouwondernemingen, eigenaren en woningcorporaties.
  • Ook de financiering van de gewenste afbraak van verpauperde of onbruikbare woningen en bedrijfspanden willen we in de herstructurering meenemen.

Overigens is het van groot belang dat de gemeente voorkomt dat nieuwe verpaupering ontstaat door particuliere verhuurders. De ChristenUnie ziet graag dat de gemeente dit zo goed mogelijk reguleert met beschikbare instrumenten. Ook het sociaal aspect voor de doelgroep speelt hierin een grote rol: goede huisvesting voor een redelijke prijs.

Behalve onze inzet op huisvesting en werk voor de eigen inwoners van onze gemeente, zien we ook dat de betekenis van arbeidsmigranten voor de lokale economie van zodanig belang is dat we ons ook specifiek voor hen willen inzetten op goede arbeidsomstandigheden en menswaardige huisvesting

  • De ChristenUnie sluit geen ontwikkeling van nieuwe woongebieden uit. Voorwaarde is wel dat goede inpassing in het landschap mogelijk is. Tegelijk worden de deelplannen in de bestaande structuurvisies kritisch op houdbaarheid tegen het licht gehouden.
  • Naast de starterslening voor jongeren is de blijverslening van de gemeente een goed instrument om ouderen en zorgbehoevenden langer in hun eigen woning te laten wonen. Met dergelijke leningen maken jongeren onder gunstiger voorwaarden een start op de huizenmarkt en kunnen ouderen de noodzakelijke aanpassingen in woningen financieren.
  • De ChristenUnie wil daarnaast werk maken van levensloopbestendige woningen en -wijken, ondersteund door een goede infrastructuur (sociaal-culturele activiteiten en zorgondersteuning). Kanttekening is wel dat standaard rijwoningen hiervoor doorgaans niet goed geschikt te maken zijn.
  • Gelet op de vergrijzing is het erg belangrijk dat er voldoende woonmogelijkheden zijn voor ouderen met zorg. Ook met het oog op het voorkomen van eenzaamheid. Leegstaande of leegkomende gebouwen die tot voor kort in functie waren als een verzorgingshuis lenen zich hier doorgaans goed voor. Het is belangrijk dat de gemeente zich hier verbindend en faciliterend opstelt.
  • Daarnaast wordt ingezet op de verduurzaming van de woningvoorraad. De ChristenUnie streeft naar klimaatneutrale woningen. Ook streeft ze naar de toepassing van duurzame materialen, die op verantwoorde wijze gemaakt worden.
  • Afspraken over transitie van de woonvoorraad, duurzaamheid, en het versterkingsprogramma moeten worden geborgd in de jaarlijks te maken prestatieafspraken met de woningcorporaties. Aandachtspunten bij deze afspraken zouden moeten zijn:

- verkoop van huurwoningen zeer beperkt toepassen,

- meer oog voor negatieve aspecten van passend toewijzen (klachten over woongedrag),

- wederzijds informeren en monitoren van de (huur)woningmarkt,

- gezamenlijke inzet in herstructureringsgebieden met gemengd sociaal en particulier bezit,

- energieneutraliteit in 2040,

- voldoende woningen voor nieuwkomers en beschikbaarheid jongerenhuisvesting,

- inzet budget corporaties ten behoeve van leefbaarheid,

- beschermd wonen en inzet gemeente afschaffen verhuurdersheffing.

De gemeente moet blijven opletten of het Rijk en andere betrokken instanties de schade van aardbevingen goed afwikkelen en de veiligheid van de inwoners waarborgen. Daar hoort bij dat er aandacht is voor de leefbaarheid van het gebied, nu en in de toekomst. Indien nodig onderneemt de gemeente samen met andere betrokken gemeenten en de provincie actie om ervoor te zorgen dat inwoners hun schade op tijd en voldoende vergoed krijgen, om de veiligheid in het  aardbevingsgebied te waarborgen en dat het gebied leefbaar blijft. Daarbij moet de gemeente onder de aandacht blijven brengen dat het grote verschil in regelingen tussen woningen en bedrijven wordt afgebouwd.

3.4 Ruimtelijke ordening

De nieuwe omgevingswet biedt volop kansen om bijvoorbeeld zaken als woonbeleid en energietransitie een integraal onderdeel te laten uitmaken van de op te stellen omgevingsvisie. Deze omgevingsvisie moet nadrukkelijk van onderop, door inbreng van inwoners en omwonenden, worden opgesteld. Daarbij moet oog zijn voor de behoefte in de samenleving om niet te veel tijd te laten liggen tussen het maken van beleid en de daadwerkelijk uitvoering van plannen. In het verleden hebben te lange periodes geleid tot teleurstelling en afhaken van initiatiefnemers.

De energietransitie heeft effect op ons landschap en op de omwonenden. De negatieve effecten proberen we zoveel mogelijk te voorkomen en te beperken.

Concreet:

  • Bij vervanging/opschaling van windturbines wordt gekeken naar de mogelijkheid van windmolenparken bestaande uit kleine            windmolens, waarin dorpsgemeenschappen en/of -coöperaties en boeren, kunnen participeren. Een dergelijke aanpak geldt ook voor zonneparken. Ook deze initiatieven moet de gemeente faciliteren. Daar waar grote windmolens respectievelijk zonneparken spelen, moet de gemeente er bij de betrokken stakeholders op aandringen dat de hele samenleving moet profiteren van dit soort initiatieven. 

3.5 Bereikbaarheid

De ChristenUnie staat voor bewegingsvrijheid, het bij elkaar brengen van mensen is belangrijk om samen te kunnen leven en werken. Maar die bewegingsvrijheid mag niet te veel ten koste gaan van onze leefomgeving.

Concreet:

  • Fietsen is goedkoop, gezond en vrijwel niet milieubelastend. Belangrijk is om fietsroutes zo comfortabel en aantrekkelijk mogelijk te maken om een goed alternatief te bieden voor de auto. Ook belangrijk is aandacht voor de toename van het gebruik van elektrische fietsen en ook voor de gevolgen die dat heeft voor de veiligheid op de fietspaden.
  • Voor voetgangers is het belangrijk dat er op doorstromingswegen voldoende veilige oversteekplaatsen zijn. Verhoogd liggende trottoirs zijn voorzien van op- en afritbanden voor rolstoelen en kinderwagens.
  • De gemeente is in de meeste gevallen niet verantwoordelijk voor het openbaar vervoer. Toch moeten de mogelijkheden om invloed uit te oefenen niet worden onderschat. De gemeente stelt zich proactief op richting overheden die verantwoordelijk zijn voor het openbaar vervoer. Zij zet zich in om ov-faciliteiten in de gemeente te behouden en waar mogelijk uit te breiden.
  •  Een goede autobereikbaarheid is van belang voor onze inwoners en voor de meeste bedrijven die voor aan- en afvoer van goederen en voor de personeelsvoorziening autoverkeer nodig hebben. Logischerwijs geldt dit ook voor de agrarische ondernemers die afhankelijk zijn van zwaar materieel.

Overigens is de ChristenUnie voor het stimuleren van alternatieven om de automobiliteit terug te dringen. Ook is de ChristenUnie voorstander van het stimuleren van de ontwikkeling van elektrisch vervoer (batterij, waterstof). Voor wat betreft eigen materieel wordt hierbij, waar dit kan, gekozen voor een voorbeeldfunctie. Dit kan goed samen met innovatieve ondernemers worden opgepakt.

De impact van ongevallen is zeer groot. Het aantal verkeersslachtoffers (doden en ernstig gewonden) is in Nederland relatief laag, maar het kan zeker nog beter.

  • De ChristenUnie vindt een goede registratie van ongevallen daarvoor belangrijk zodat knelpunten zichtbaar zijn en aangepakt kunnen worden.
  •  Snel verkeer, langzaam verkeer, landbouwverkeer en fietsverkeer worden zoveel mogelijk van elkaar gescheiden.
  •  Goed beheer en onderhoud van onze wegen is belangrijk. De onderhoudsbudgetten van wegen zijn zodanig dat het onderhoud minimaal op niveau CROW B wordt uitgevoerd.
  • De gemeente werkt graag mee aan het stimuleren van verkeersveiligheid bevorderende activiteiten zoals verkeerslessen en het verkeersveiligheidslabel op de scholen.
  • In de huidige samenleving valt ook een goede ontsluiting van telefonie en internet onder goede bereikbaarheid en infrastructuur. Waar mogelijk ondersteunt en faciliteert de gemeente een goede ontsluiting van inwoners en bedrijven, met name op het platteland en in kleinere dorpen en kernen. Dit komt ook de leefbaarheid ten goede.